Geheimzinnigheid rond verdachte molenbrand (1945)

Auteur
Marcel Neven

De monumentale molen (1858) op de Vrouwenheide, bijgenaamd "de zwarte beer", werd niet op een kunstmatige heuvel (belt) gebouwd. De heuvel is op natuurlijke wijze ontstaan, daarom is de molen in de heuvel gebouwd. Dit had als nadeel dat er geen "uitgang" was en de boeren met kar en paard altijd achteruit de molen in moesten rijden. De molen "Op de Vrouweheide" is met 216 meter boven NAP (normaal Amsterdams peil), de hoogstgelegen windmolen van Nederland. Bij helder weer kan men zelfs de uitlopers van Eifel en Ardennen zien. Het is verbazingwekkend dat het Nederlandse leger in 1940 geen gebruik heeft gemaakt van deze unieke en kort bij de Duitse grens gelegen uitkijkpost. Men vertrouwde geheel op de geullinie – vertragingslinie. Op 10 mei 1940 werd Zuid-Limburg totaal verrast en overrompeld door de Duitse troepen.

In 1925 kocht Harrie Vaessen, molenaar te Ubachsberg, de molen van Joep Schmets, die ook het huis naast de molen had gebouwd. De vader van Harrie Vaessen had eerder aan de Kerkstraat 22 te Ubachsberg een elektrische maalderij gevestigd. Door de aankoop van de windmolen kwam het gehele gemaal in handen van de familie Vaessen. Het gevolg voor de molen was, dat er nog zelden met de wind gemalen werd.

Oorlog

Tijdens de oorlogsjaren '40-'45 werden aardappels en veel veevoer opslagen onder in de molen. Ook was in de molen de distributieopslag van het Rijk gevestigd. De inwoners van Trintelen vonden het te riskant om daar clandestien hun graan te laten malen. Ze waren daarom genoodzaakt om met hun "buulkes terf van 25 kilo" helemaal naar de watermolen van de familie Engelen in Eys te lopen.

Achter de molen bevond zich een ruime schuilkelder. Tijdens de evacuatie van Kerkrade op 25 september '45, waren op de Vrouwenheide 65 personen ondergebracht uit Spekholzerheide, Bleijerheide en Heerlen. 

Eind 1944 werd er in de molen een Engelse uitkijk- en luisterpost van de Royal Air Force (R.A.F.) ingericht, om Duitse vliegtuigen op te sporen. De korporaal Harry "Doc" Leathers van het 2798 Squadron, was de commandant. In de loop van 1945 kregen de Engelsen van de Amerikanen het bevel om de post te verplaatsen. Deze order zorgde voor strubbelingen tussen de Engelse en Amerikaanse soldaten, met uiteindelijk desastreuse gevolgen voor de molen!

De Molen staat in brand!

Huidig bewoner van de molen Fred Piepers had in 1977 een gesprek met voormalig bewoner van het molenaarshuis Andries Breemen over de toedracht van de molenbrand. Allerlei verhalen doen de rondte over wie de molen in brand heeft gestoken. Of was het een ongeluk met het omstoten van een benzinekachel? Volgens Andries Breemen waren er op het tijdstip van de brand alleen nog enkele Engelse soldaten (telegrafisten) aanwezig, "die mit die sjun pekskes aa", de meeste soldaten waren al enkele maanden vertrokken van de Vrouwenheide.

Andries Breemen was ook op de hoogte van de problemen tussen de overgebleven Engelse en Amerikaanse soldaten. Andries had vanaf het begin van de oorlog, onder het stro en aardappels in de molen, waardevolle spullen verborgen. De Engelse soldaten, die er nog waren, hebben in oktober 1945 de molen moedwillig in brand gestoken, vertelde Andries Breemen.

Het verhaal is, dat hij door een van de soldaten gesommeerd werd om zijn spullen die hij had verborgen in de molen binnen een kwartier weg te halen omdat zij de molen in brand zouden steken. Nog voordat hij alle spullen in veiligheid had kunnen brengen, brandde de molen al. Met zijn vrouw en kinderen hebben ze doodsangst uitgestaan, het was een waar inferno. Men was bevreesd dat de wieken richting het huis zouden vallen, omdat deze juist richting het huis stonden. Wonder boven wonder zijn de vlammen eerst aan de achterkant van de as begonnen, deze rust in een zware eiken balk, de penbalk. Deze is doormidden gebroken en is dan samen met de wieken achterover gaan hellen.

De brand kon niet geblust worden omdat er geen waterleiding was aangesloten op de Vrouwenheide. Het water werd geput aan de kruising van de wegen in Trintelen bij het stenen kruis. De molen brandde in z’n geheel uit.

Frans, zoon van Harrie Vaessen, kan zich herinneren, dat zijn moeder plotseling van uit de tuin naar binnen kwam rennen en riep dat de molen in brand stond. Harrie Vaessen en zijn oudste zonen renden naar buiten, sprongen op de Bedford-bestelwagen en reden vol gas naar de molen, maar er was geen redden meer aan. 

Het wiekenkruis stond met een roede in de grond. Men was bang, dat met de aankomende herfststormen het wiekenkruis richting het huis zou vallen. Korte tijd na de brand werd er in opdracht van de Burgemeester van Voerendaal door de vrijwillige brandweer van Ubachsberg o.l.v. commandant Karel Kreutz met 30 personen het wiekenkruis achterover getrokken. Dit bleef als een macaber kruis dwars over de romp liggen. De molen, met het wiekenkruis plat op de romp, heeft nog tot 1958 in het landschap gestaan. Na verloop van tijd beschouwde de jeugd van Mingersborg en Trintelen de molenruïne als hun eigen speelplaats. 

Oorlogsschade

Waarschijnlijk door de geheimzinnigheid rond de oorzaak van de brand, had Harrie Vaessen grote problemen met de regeling van de oorlogsschade en de verkoop van de restanten van zijn uitgebrande molen. Uiteindelijk verkocht hij de ruïne met aanhorigheden in 1955 aan Jo Gerards van Heerlen. Deze liet het uiterlijke van de molen weer in de oorspronkelijke staat restaureren. Binnen werden betonvloeren gestort, waarbij hij op de begane grond een keuken, op de eerste verdieping een café en op de tweede verdieping een restaurant realiseerde. In 1975 kwam aan de exploitatie een einde. Op 17 december 1976 werd Fred Piepers, muziekpedagoog te Heerlen, de nieuwe eigenaar.

De Engelse soldaten van de uitkijk- en luisterpost in de molen, werden in 1945 ingekwartierd bij de familie Geurts op Trintelen. Harry "Doc" Leathers bleef na de oorlog per brief contact onderhouden met zoon Jo Geurts. Jo trouwde met Elisabeth en ging in Eys wonen.

In 1992, correspondeert de Engelse oorlogsveteraan Harry nog steeds met Jo Geurts. In de brief, merkt hij op dat er destijds, onenigheid was tussen de Engelse en de Amerikaanse militairen. Hij is benieuwd wat er na de brand met de molen is gebeurd en of de Amerikaanse en de Engelse regering hebben bijgedragen aan de wederopbouw. Zelfs na 47 jaar was de molenbrand nog steeds een thema dat de betrokkenen bezighield.

Tekst: Marcel Neven, marcel.neven@ziggo.nl. Werkgroep Ubachsberg, Heemkunde Voerendaal

Doc Leathers, Engelse soldaat 1945