Na een jaar pauze weer hoorngeschal in Abdijkerk Rolduc

Zondag 7 november om 11.00 uur zijn liefhebbers van de nostalgische jachthoornmuziek weer van harte welkom bij de jaarlijkse Hubertusviering van de Jachthoorn Blazers van Rolduc. Vorig jaar kon de viering door de Corona maatregelen helaas geen doorgang vinden en was het voor het eerst in 52 jaar dat deze mooie traditie onderbroken werd.

Onder leiding van Dirigent Thei Extra worden, in een voor deze gelegenheid sfeervol versierde abdijkerk, delen uit de 'Grande Messe de Saint Hubert' en de 'Missa Rodenses' uitgevoerd. Aan het einde van de viering wordt traditiegetrouw het Hubertusbrood gezegend en desgewenst uitgedeeld aan de bezoekers. Dit gebruik wordt al eeuwen in ere gehouden en biedt volgens de Hubertuslegende bescherming tegen hondsdolheid. Na de viering is er in de foyer van de abdij nog een gezellig samenzijn. Zowel bij de viering in de abdijkerk als bij de nazit in de foyer is iedereen van harte welkom.

Al 54 jaar is Abdij Rolduc de thuisbasis van de 'Jachthoorn Blazers van Rolduc'. Naast hun passie voor flora en faunabeheer, werd in 1965 de traditie van het jachthoorn blazen weer opgepakt. Elke woensdagavond oefenen ze in de jachtkamer naast de Aula Major van het abdijcomplex.

Bij de oprichting in 1965 heette de groep in eerste instantie Jachthoornblazers Sint Hubertus Kerkrade. Een van de toenmalige leden Martin Engels was conciërge op Rolduc en bejaagde de in die tijd nog bejaagbare landerijen van het abdijcomplex. Hij was degene die ervoor gezorgd heeft dat de jachthoornblazers op Rolduc beland zijn. Met de goedkeuring van toenmalige directeur van Rolduc Mgr. Jos Stassen, die als zoon uit een agrarisch gezin veel oog had voor flora en fauna, werd de naam van de groep veranderd in 'Jachthoorn Blazers van Rolduc'. In de begin jaren werd intrek genomen in de jachthut van Martin welke nog steeds in de nieuwe wijngaard staat en nu in gebruik is door de 'Winzer van Rode'.

De verbondenheid van abdijen met de jacht was in de middeleeuwen vrijwel algemeen.

Het bezit van omvangrijke landerijen noopte tot het bestrijden van schadelijk wild terwijl de jacht ook een belangrijke bijdrage leverde aan de voedselvoorziening. Voor de vastendagen had men behoefte aan vis en werden er visvijvers aangelegd.

Uit een bericht in het Diarium van Rolduc blijkt, dat er al in het jaar 1771 rond het abdijcomplex hoorngeschal klonk bij de toenmalige Hubertusjacht op 3 november.

In die tijd had de abdij nog een gesalarieerde jachtmeester in dienst. Zijn naam was Joseph Schleibach uit Alsdorf. Hij was op 1 oktober 1747 in dienst getreden van de abdij. Jaarlijks ontving hij 21 kronen en ook kreeg hij ieder jaar een warme groene overjas ter waarde van 29 schilling.

Hoe de betekenis van de jacht door de eeuwen heen ook veranderd moge zijn, jachthoornblazers horen thuis op Rolduc en zetten een eeuwenoude traditie voort.                  Ze hebben de naam van het huis tot op heden met ere gevoerd en Rolduc nog een andere faam bezorgd dan de cultuurhistorische. Liefst 7 maal werden ze Nederlands kampioen en tot op heden behoren ze bij de top 5 van de 70 groepen welke in Nederland actief zijn. In het verleden is er 6 keer opgetreden voor leden van het Koninklijk Huis. Voor het laatst in augustus 2010 bij het bezoek dat Prins Willem Alexander aan Rolduc bracht ter gelegenheid van de officiële opening van het Hertog Limburgpad. Hij was inmiddels de derde generatie van het Huis van Oranje waarvoor het korps door de jaren heen mocht optreden.

Jachthoornblazers
Fotograaf
Guido Schaeps